Digitale camera met verwisselbare lensILCE-6000

De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat

De zoomfunctie van het apparaat levert een hogere zoomvergroting door meerdere zoomfuncties te combineren. Het pictogram dat op het scherm wordt afgebeeld, verandert met de geselecteerde zoomfunctie.

(1) Optische-zoombereik
Zoomt de beelden binnen het zoombereik van een lens.
Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, wordt de zoombalk van het optische-zoombereik afgebeeld.
Als een andere lens dan een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, wordt de zoombalk van het optische-zoombereik niet afgebeeld.

(2) Slimme-zoombereik ()
Zoomt beelden zonder dat de oorspronkelijke kwaliteit verslechtert door een beeld gedeeltelijk af te snijden (alleen wanneer het beeldformaat [M] of [S]).

(3) Helder-Beeld-Zoom-bereik ()
Zoomt beelden met behulp van beeldbewerking met minder vervorming. Stel [Zoom-instelling] eerst in op [Aan:HelderBldZoom] of [Aan: Digitale zoom].

(4) Digitale-zoombereik ()
U kunt beelden vergroten met behulp van beeldbewerking. Als u [Aan: Digitale zoom] instelt op [Zoom-instelling], kunt u deze zoomfunctie gebruiken.

Opmerking

  • De standaardinstelling voor de [Zoom-instelling] is [Enkel optische zoom].
  • De standaardinstelling voor [Beeldformaat] is [L]. Om de slimme-zoomfunctie te kunnen gebruiken, stelt u [Beeldformaat] in op [M] of [S].
  • De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de volgende situaties:
    • [Panorama d. beweg.]
    • [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Lach-sluiter]
    • [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG]
  • U kunt de slimme-zoomfunctie niet gebruiken met bewegende beelden.
  • Als een elektrisch bediende zoomlens is bevestigd, kunt u op het MENU [Zoom] niet gebruiken. Als u beelden vergroot tot buiten het zoombereik van de optische zoom, schakelt het apparaat automatisch over naar de [Zoom].
  • Als u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische zoom, is de instelling [Scherpstelgebied] uitgeschakeld en wordt het kader rond het scherpstelgebied afgebeeld met een stippellijn. De AF werkt met voorrang in en om het centrale gebied. Bovendien ligt [Lichtmeetfunctie] vast op [Multi].