Mobiele draadloze serverWG-C10

De beveiliging instellen

  1. Verbind dit apparaat en een computer met elkaar via een draadloos LAN.
  2. Voer het volgende adres in de adresbalk van de webbrowser in om het instelscherm van dit apparaat te openen.

    http://192.168.40.1:8080/

    Windows: Internet Explorer, Mac: Safari

    Het beveiligingsinstelscherm wordt weergegeven.

  3. Selecteer de te gebruiken verificatiemethode (WEP/WPA/WPA2).

    Wij raden u aan WPA2 te gebruiken.

    Als u [Uitgeschakeld(Disabled)] selecteert, is er geen beveiliging ingesteld voor het apparaat.

  4. Voer naar keuze een wachtwoord (alfanumeriek) in. Voer het wachtwoord ter bevestiging nogmaals in en selecteer vervolgens [Bewaren(Save)].

    De lengte van het wachtwoord hangt af van de verificatiemethode.

    WEP: 5 tekens of 13 tekens

    WPA: 8 - 63 tekens

    WPA2: 8 - 63 tekens

    Het apparaat is nu beveiligd met een wachtwoord.

  5. Door deze handeling uit te voeren, wordt de verbinding via draadloos LAN verbroken. Om dit apparaat en de computer opnieuw met elkaar te verbinden, voert u de procedure onder "Via een draadloos LAN verbinding maken met een computer" uit. Gebruik hierbij het wachtwoord dat u in dit onderdeel hebt ingesteld.

Opmerking

  • Het is uiterst belangrijk om de nodige beveiligingsmaatregelen te treffen wanneer u toestellen gebruikt die uitgerust zijn met een functie voor draadloos LAN. Als u geen beveiliging instelt, is het apparaat toegankelijk via elk compatibel toestel dat zich binnen communicatieafstand bevindt. Om uw gegevens te beschermen, moet u dus zeker de beveiliging instellen.
  • Als u geen verbinding kunt maken met het hierboven genoemde adres, controleert u of er een proxy ingesteld is. Als er een proxy ingesteld is, verwijdert u het vinkje. Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, koppelt u de LAN-kabel los van de computer.