Een microfoon (niet meegeleverd) of een extern audio-apparaat gebruiken

Gebruik een microfoon of een extern audio-apparaat, zoals een mengtafel, voor de opname.

Opmerking

  • Voordat u een apparaat aansluit op/loskoppelt van de INPUT1- of INPUT2-aansluiting, moet u de INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)- of INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)-schakelaar op een andere stand zetten dan "MIC+48V". Wanneer de schakelaar op "MIC+48V" staat, kan het aansluiten/loskoppelen van het apparaat een hard geluid of een storing aan het apparaat veroorzaken.

  • Wanneer u dit apparaat op de computer aansluit, is opname beperkt tot maximaal 2 kanalen.

  • De microfoon die in de illustratie wordt getoond, wordt niet meegeleverd.

  1. Sluit uw gewenste apparaat aan op de INPUT1-, INPUT2- of INPUT3-aansluiting op dit apparaat.

    Wanneer u de INPUT1- of INPUT2-aansluiting gebruikt, moet u het apparaat aansluiten op de INPUT1-aansluiting.

    Wanneer u het apparaat aansluit op de INPUT3-aansluiting moet u doorgaan naar stap 3.

  2. Selecteer een audio-signaalbron

    Afhankelijk van het apparaat dat is aangesloten op de INPUT1- of INPUT2-aansluiting, stelt u de INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)- of INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)-schakelaar als volgt in:

    • LINE (standaard ingangsniveau op +4 dBu (0 dBu = 0,775 Vrms)): Een extern audio-apparaat (bijv. een audiomengtafel)

    • MIC: Een dynamische microfoon of microfoon met ingebouwde batterij

    • MIC+48V: Een microfoon die compatibel is met +48V stroomvoorziening (fantoomvoeding)

  3. Gebruik de INPUT SELECT-schakelaar om de audio-ingang te selecteren die wordt uitgevoerd naar elk kanaal op de camera of computer.

    U kunt de audio-ingang die naar elk kanaal op de camera of computer moet worden uitgevoerd, selecteren via INPUT1, INPUT2 of INPUT3 op dit apparaat.

    Zie voor details "De audio-ingang selecteren voor uitvoer naar elk kanaal op de camera of computer".

  4. Gebruik de ATT (INPUT1/INPUT2/INPUT3)-schakelaar van de aansluiting waarop het apparaat is aangesloten om het standaard ingangsniveau van de microfoon in te stellen.

    Selecteer een niveau dat geschikt is voor de gevoeligheid van de aangesloten microfoon of voor het volumeniveau van het binnenkomende audiosignaal.

    • 0dB: Geschikt voor opnemen met een laaggevoelige microfoon terwijl het geluidssignaal wordt versterkt.

      • INPUT1/INPUT2: Standaard ingangsniveau op –60 dBu

      • INPUT3: Standaard ingangsniveau op –76 dBu

    • 10dB: Aanbevolen ingangsniveau voor het opnemen van menselijke stemmen.

      • INPUT1/INPUT2: Standaard ingangsniveau op –50 dBu

      • INPUT3: Standaard ingangsniveau op –66 dBu

    • 20dB: Geschikt voor opnemen met een hooggevoelige microfoon terwijl het geluidsvolume laag wordt gehouden.

      • INPUT1/INPUT2: Standaard ingangsniveau op –40 dBu

      • INPUT3: Standaard ingangsniveau op –56 dBu

    Opmerking

    • Elke ATT-schakelaar (voor INPUT1 en INPUT2) wordt alleen ingeschakeld wanneer de respectievelijke INPUT-schakelaar, INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V) of INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V), is ingesteld op "MIC" of "MIC+48V".

      Wanneer de schakelaar op "LINE" staat, is het standaard ingangsniveau vast ingesteld op +4 dBu, dus dit verandert niet, zelfs niet als de ATT-schakelaar wordt gebruikt.

    Hint

    • Wanneer het ingangsaudiosignaal groot genoeg is om analoge clipping te veroorzaken, gaat het OL-lampje (overbelasting) () op dit apparaat branden. Pas in dergelijke gevallen het ingangsniveau aan met behulp van het aangesloten apparaat of de ATT-schakelaar op het apparaat, zodat het lampje tijdens gebruik niet gaat branden.

  5. Regel het volumeniveau van de opname.

    Voor gedetailleerde instructies over de aanpassing, zie "Het volumeniveau van de opname aanpassen".

Hint

  • Als de ruis van de aansluitingen waarop geen apparaat is aangesloten storend is, zet u de INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)- of INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)-schakelaar op "LINE".