De projector installeren

De afstand tussen de projector en een scherm hangt af van de grootte van het scherm (projectiegrootte) en of u de functie voor lensverschuiving gebruikt. Installeer de projector op basis van de afmetingen van het scherm.

  1. Plaats het apparaat zó dat de voorkant van de lens parallel aan het scherm staat.

  2. Sluit eerst het netsnoer aan op het apparaat en steek daarna de stekker van het netsnoer in een stopcontact.

    Het POWER-lampje gaat rood branden.

  3. Schakel de unit in.

    Druk op de / (aan/uit) knop.

    Het POWER-lampje knippert eerst groen en blijft dan groen branden.

  4. Projecteer een beeld op het scherm en pas de beeldpositie aan zodat het op het scherm past.

Tip

  • Wanneer de projectie diagonaal ten opzichte van het scherm is, kan de beeldvervorming worden gecorrigeerd met [Corner Keystone] in het menu [Installation] .

Opmerking

  • Als u een scherm met een ongelijkmatig oppervlak gebruikt, kan er in uitzonderlijke gevallen een streeppatroon op het scherm verschijnen, afhankelijk van de afstand tussen het scherm en de projector en/of de mate van inzoomen. Dat hoeft niet op een storing te duiden.
  • Er is een limiet aan hoeveel vervorming kan worden gecorrigeerd met de functie [Corner Keystone].