De positie van het geprojecteerde beeld aanpassen (VPL-XW5100)
Tip
- Scherpstelling aanpassen
De projectielens van de projector met hoge helderheid wordt thermisch beïnvloed door het licht van de lichtbron. Daarom is de scherpstelling niet direct na het inschakelen stabiel. Om de scherpstelling nauwkeuriger aan te passen, wordt aanbevolen de scherpstelling aan te passen nadat er 30 minuten of meer zijn verstreken sinds de projector is ingeschakeld en nadat het venster voor het aanpassen van de lens (testbeeld) 2 minuten of langer is weergegeven.
Opmerking
- Afhankelijk van de installatielocatie van de projector kunt u deze mogelijk niet bedienen met de afstandsbediening. Gebruik in dat geval de afstandsbediening door deze naar de afstandsbedieningsensor op de projector of naar het scherm te wijzen.
- Raak de lens niet aan wanneer u de beeldpositie aanpast. Uw vingers kunnen bekneld raken wanneer de lens in-/uitschuift.
- Wanneer u het apparaat aan het plafond bevestigt en de klep van de lensverschuivingsknop opent, kan de klep vallen. Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van de klep en bij het bedienen van de knop.
- Als het apparaat omhoog of omlaag wordt gekanteld, wordt het geprojecteerde beeld breder aan de onderkant of bovenkant weergegeven.
- Zorg ervoor dat uw vingers niet bekneld raken wanneer u aan de verstelbare voetjes aan de voorkant draait.
-
Druk op de knop LENS op het bedieningspaneel of op de knop PATTERN op de afstandsbediening om een testsignaal weer te geven waarmee de aanpassingen kunnen worden gedaan.
-
Duw op het deksel aan de bovenkant van het apparaat om deze te openen en gebruik vervolgens beide lensverschuivingsknoppen om de beeldpositie aan te passen.


A: De horizontale positie aanpassen
B: De verticale positie aanpassen
Nadat u de beeldpositie hebt aangepast, plaatst u de klep terug op de oorspronkelijke plek.
-
Pas de beeldgrootte aan met behulp van de zoomhendel.

A: Zoomhendel
-
Pas de scherpstelling aan met behulp van de scherpstelring.

A: Scherpstelring
Verplaatsingsbereik van het geprojecteerde beeld
U kunt het geprojecteerde beeld alleen verplaatsen binnen het achthoekige gebied dat in de onderstaande afbeelding wordt weergegeven. Het verplaatsbare bereik is afhankelijk van de lens of de hoogte-breedteverhouding van het geprojecteerde beeld.

De helling van de installatie aanpassen
Als het apparaat is geïnstalleerd op een ongelijke ondergrond, kunt u met de (verstelbare) pootjes (A) aan de voorkant het apparaat waterpas zetten.

Venster Lens adjustment (testbeeld)

De stippellijnen laten de beeldhoek van elke hoogte-breedteverhouding zien.