Menubewerking: Calib. Preset

U kunt de beeldkwaliteit selecteren die het beste past bij het type afbeeldingsbron of de omstandigheden in de ruimte.

  1. Druk op de knop MENU.
  2. Selecteer [Picture] — [Calib. Preset] — de gewenste instelling.

Settings

[Cinema Film 1]

Beeldkwaliteit die geschikt is om de zeer bewegelijke en heldere beelden weer te geven die kenmerkend zijn voor films.

[Cinema Film 2]

Beeldkwaliteit die geschikt is om de rijke tinten en kleuren van een bioscoopfilm weer te geven, gebaseerd op [Cinema Film 1].

[Reference]

Beeldkwaliteit die geschikt is om de oorspronkelijke beeldkwaliteit natuurgetrouw te reproduceren of om zonder aanpassingen van de beeldkwaliteit te genieten.

[TV]

Beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van tv-programma's, sport, concerten en andere videobeelden.

[Photo]

Beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van foto's die zijn gemaakt met een digitale camera en andere apparaten.

[Game]

Beeldkwaliteit die geschikt is voor gamen, met goed gemoduleerde kleuren en een snelle respons.

[Bright Cinema]

Beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van films in een helder verlichte kamer.

[Bright TV]

Beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van tv-programma's, sport, concerten en andere videobeelden in een helder verlichte kamer.

[User]

U kunt de beeldkwaliteit naar wens instellen en aanpassen, waarna u de instelling kunt opslaan. De fabrieksinstelling is dezelfde als voor [Reference].

[IMAX Enhanced]

Beeldkwaliteit geschikt voor het bekijken van IMAX Enhanced-content.

Tip

  • Wanneer u de beeldkwaliteit aanpast, wordt de instelling voor elke invoer opgeslagen.
  • U kunt ook [Calib. Preset] instellen met de CALIBRATED PRESET-knoppen op de afstandsbediening.