TTL-flitsfotografie (TTL)

In de TTL-flitsstand wordt het door het onderwerp gereflecteerde licht gemeten door de lens van de camera. TTL-meting kan ook worden uitgevoerd als de P-TTL-meetfunctie, waarbij er een voorflits wordt toegevoegd aan de TTL-meting, en als de ADI-meetfunctie, waarin afstandsgegevens worden toegevoegd aan de P-TTL-meting.

Opmerking

  • ADI-meting is mogelijk in combinatie met een lens met een ingebouwde afstandsencoder. Voor u de ADI-meting kunt gebruiken, moet u controleren of uw lens voorzien is van een ingebouwde afstandsencoder aan de hand van de technische gegevens in de gebruiksaanwijzing van uw lens.

  1. Werk met het menu van de camera waarmee deze flitser is verbonden om [Afgaan flitser TTL] te specificeren als de flits-bedieningsstand.

    Raadpleeg voor details over de externe flitsinstellingen van de camera de gebruiksaanwijzing van uw camera.

    Standaard is [Afgaan flitser TTL] ingesteld als de flits-bedieningsstand.

    Ga voor de cameramodellen die compatibel zijn met deze flitser naar de volgende website:

  2. Druk de sluiterknop van de camera in om een foto te nemen.
    • Wacht tot de TEST-knop op de flitser oranje oplicht (klaar om te flitsen) en druk de sluiterknop dan helemaal in.

    • U kunt de flitscompensatiewaarde veranderen (het flitssterkteniveau aanpassen) door op de LEVEL -/+ knop op de flitser te drukken. Wanneer u op deze knop drukt, zal de LEVEL-lamp op de flitser gaan knipperen.

      Wanneer de flitscompensatiewaarde is ingesteld op een andere waarde dan ±0.0, zal de LEVEL-lamp oplichten.

      Wanneer de flitscompensatiewaarde is ingesteld op ±0.0, zal de LEVEL-lamp uit gaan.

    • U kunt het flitssterkteniveau instellen in stappen van 0,3 EV of 0,5 EV. Om de grootte van de stappen voor het instellen van het flitssterkteniveau te veranderen, moet u [Instelling. ext. flitser] - [Custominst. ext. flits.] - [Flitsvermog.niv.stap] selecteren van het menu van de camera waarmee deze flitser is verbonden en de instelling veranderen.

      [0,3 EV]: De instelling van het flitssterkteniveau zal gebeuren in stappen van 0,3 EV.

      [0,5 EV]: De instelling van het flitssterkteniveau zal gebeuren in stappen van 0,5 EV.

Automatische WB-regeling met kleurtemperatuurinformatie

De witbalans wordt automatisch geregeld op de camera (behalve voor de DSLR-A100) op basis van de kleurtemperatuurinformatie op het moment dat de flits afgaat.

Opmerking

  • De WB-regeling werkt wanneer:

    • deze flitser op de camera is bevestigd en in de TTL-flitsstand of de handmatige flitsstand wordt gebruikt.

    • [Automatisch] of [Flitser] is ingesteld voor de witbalans op de camera.

Opmerkingen over TTL-flitsfotografie

  • Om de invulflitsstand of de automatische flitsstand van de camera te gebruiken, moet u deze stand selecteren op de camera.

  • Voor u gaat fotograferen met de flitser en de zelfontspanner van de camera, moet u controleren of de TEST-knop brandt.

  • Wanneer er zowel op deze flitser als op de camera flitscompensatie wordt ingesteld, worden beide compensatiewaarden bij elkaar opgeteld wanneer de flitser afgaat.

  • Wanneer u een groothoeklens gebruikt met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm, kan de rand van het beeldscherm op de camera donkerder worden.

  • Wanneer er een lens wordt gebruikt die nogal lang is, kan het flitslicht door het uiteinde van de lens worden afgeschermd.