TTL-flitsfotografie (TTL)
In de TTL-flitsstand wordt het door het onderwerp gereflecteerde licht gemeten door de lens van de camera. TTL-meting kan ook worden uitgevoerd als de P-TTL-meetfunctie, waarbij er een voorflits wordt toegevoegd aan de TTL-meting, en als de ADI-meetfunctie, waarin afstandsgegevens worden toegevoegd aan de P-TTL-meting.
Opmerking
-
ADI-meting is mogelijk in combinatie met een lens met een ingebouwde afstandsencoder. Voor u de ADI-meting kunt gebruiken, moet u controleren of uw lens voorzien is van een ingebouwde afstandsencoder aan de hand van de technische gegevens in de gebruiksaanwijzing van uw lens.
-
Werk met het menu van de camera waarmee deze flitser is verbonden om [Afgaan flitser TTL] te specificeren als de flits-bedieningsstand.
Raadpleeg voor details over de externe flitsinstellingen van de camera de gebruiksaanwijzing van uw camera.
Standaard is [Afgaan flitser TTL] ingesteld als de flits-bedieningsstand.
Ga voor de cameramodellen die compatibel zijn met deze flitser naar de volgende website:
-
HVL-F28RM
-
HVL-F28RMA
-
-
Druk de sluiterknop van de camera in om een foto te nemen.
-
Wacht tot de TEST-knop op de flitser oranje oplicht (klaar om te flitsen) en druk de sluiterknop dan helemaal in.
-
U kunt de flitscompensatiewaarde veranderen (het flitssterkteniveau aanpassen) door op de LEVEL -/+ knop op de flitser te drukken. Wanneer u op deze knop drukt, zal de LEVEL-lamp op de flitser gaan knipperen.
Wanneer de flitscompensatiewaarde is ingesteld op een andere waarde dan ±0.0, zal de LEVEL-lamp oplichten.
Wanneer de flitscompensatiewaarde is ingesteld op ±0.0, zal de LEVEL-lamp uit gaan.
-
U kunt het flitssterkteniveau instellen in stappen van 0,3 EV of 0,5 EV. Om de grootte van de stappen voor het instellen van het flitssterkteniveau te veranderen, moet u [Instelling. ext. flitser] - [Custominst. ext. flits.] - [Flitsvermog.niv.stap] selecteren van het menu van de camera waarmee deze flitser is verbonden en de instelling veranderen.
[0,3 EV]: De instelling van het flitssterkteniveau zal gebeuren in stappen van 0,3 EV.
[0,5 EV]: De instelling van het flitssterkteniveau zal gebeuren in stappen van 0,5 EV.
-
Automatische WB-regeling met kleurtemperatuurinformatie
De witbalans wordt automatisch geregeld op de camera (behalve voor de DSLR-A100) op basis van de kleurtemperatuurinformatie op het moment dat de flits afgaat.
Opmerking
-
De WB-regeling werkt wanneer:
-
deze flitser op de camera is bevestigd en in de TTL-flitsstand of de handmatige flitsstand wordt gebruikt.
-
[Automatisch] of [Flitser] is ingesteld voor de witbalans op de camera.
-
Opmerkingen over TTL-flitsfotografie
-
Om de invulflitsstand of de automatische flitsstand van de camera te gebruiken, moet u deze stand selecteren op de camera.
-
Voor u gaat fotograferen met de flitser en de zelfontspanner van de camera, moet u controleren of de TEST-knop brandt.
-
Wanneer er zowel op deze flitser als op de camera flitscompensatie wordt ingesteld, worden beide compensatiewaarden bij elkaar opgeteld wanneer de flitser afgaat.
-
Wanneer u een groothoeklens gebruikt met een brandpuntsafstand van minder dan 24 mm, kan de rand van het beeldscherm op de camera donkerder worden.
-
Wanneer er een lens wordt gebruikt die nogal lang is, kan het flitslicht door het uiteinde van de lens worden afgeschermd.