Draadloze multiflitsfotografie (groepsflitsfotografie)
U kunt draadloze flitsfotografie uitvoeren met maximaal 5 draadloze groepen flitsers inclusief de zendeenheid. Voor u meervoudige draadloze flitsfotografie gaat uitvoeren, moet u elke flitser configureren als zendeenheid of als ontvangsteenheid.
-
Zendeenheid: deze flitser (HVL-F28RM/HVL-F28RMA) of een aparte draadloze radiozender
-
Ontvangsteenheid (flitser los van de camera): deze flitser (HVL-F28RM/HVL-F28RMA) of een draadloze radio-ontvanger
-
Gebruik het menu van de camera waarop de zendeenheid is bevestigd om de flitsregelstand, de flitscompensatie en het flitssterkteniveau voor elke draadloze groep op te geven.
Voor details over de instellingen van de externe flitser van de camera moet u de handleiding van uw camera raadplegen.
U kunt de flitscompensatiewaarde voor alle draadloze groepen gezamenlijk wijzigen (het flitssterkteniveau aanpassen) door op de LEVEL -/+-knop te drukken op deze flitser die als zendeenheid is geconfigureerd.
Hint
-
U kunt [Afgaan flitser TTL], [Afgaan flitser handm] of [Flitser uit] opgeven voor de flitsregelstand van de draadloze groepen A, B en C. Voor de draadloze groepen D en E kunt u echter alleen [Afgaan flitser handm] of [Flitser uit] instellen. De flitsers in de draadloze groep waarvoor [Flitser uit] is ingesteld als flitsstand, zullen niet flitsen. Deze flitser kan niet worden opgegeven als lid van de draadloze groep D of E.
-
Wanneer [Aan] is opgegeven voor de TTL-niveaugeheugenfunctie ([TTL-niveaugeheug.]), wordt het flitssterkteniveau dat tijdens TTL-flitsfotografie is gemeten, automatisch toegepast op het flitssterkteniveau voor elk van de draadloze groepen A, B en C tijdens handmatige flitsfotografie.
-
De zendeenheid flitst als lid van de draadloze groep A. Als u niet wilt dat de zendeenheid flitst, selecteert u [Instelling. ext. flitser] - [Inst. afgaan ext. flits.] - [Afgaan flitser CMD] in het menu van de camera waarop de zendeenheid is bevestigd en geeft u vervolgens [Uit] op.
-
U kunt het flitssterkteniveau voor alle draadloze groepen gezamenlijk compenseren door een gezamenlijk flitscompensatieniveau op te geven.
-
Flitsersoftwareversie 2.00 of hoger: De indicator laag flitssterkteniveau (
) wordt weergegeven op het flitserlaadpictogram van de camera als de groep zelfs maar één flitser bevat waarvan het flitssterkteniveau onvoldoende is. Als dit gebeurt, past u het flitssterkteniveau van alle flitsers in de groep aan tot een geschikt niveau of stelt u de sluitertijd van de camera in op een langzamere snelheid.

