Geregistreerde opname-instellingen opgeroepen (Geheug.nr. oproep.)

Stilstaand beeld en bewegende beelden

Stelt u in staat een beeld op te nemen nadat de gewenste opname-instellingen zijn opgeroepen die zijn geregistreerd met [Cam.-inst.geheug].

  1. Stel de camera in op de gewenste opnamefunctie met behulp van de stilstaande/bewegende beelden-schakelaar.
  2. Houd de Fn (Functie)-knop ingedrukt, selecteer MR1, MR2 of MR3 (Geheug.nr. oproep.) met behulp van het besturingswiel, en druk daarna op het midden.
    • U kunt ook de instellingen (M1 t/m M4) selecteren die op de geheugenkaart zijn geregistreerd.

Hint

  • Als u instellingen oproept die zijn geregistreerd op de geheugenkaart, worden de instellingen opgeroepen vanaf de geheugenkaart die is geplaatst in de gleuf opgegeven in [Media select.]. U kunt de geheugenkaartgleuf controleren door MENU (Opname) → [Opnamemodus][Media select.] te selecteren.
  • Instellingen die zijn geregistreerd op een geheugenkaart met een andere camera met hetzelfde modelnummer, kunnen worden opgeroepen met deze camera.

Opmerking

  • Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.
TP1001626909