Basispictogrammen die op de monitor worden weergegeven

Dit hoofdstuk beschrijft de weergave op het scherm wanneer de opnamefunctie is ingesteld op (Fl. Belichtingsm.) voor het opnemen van bewegende beelden en op (Autom. progr.) voor het opnemen van stilstaande beelden.

  • Hieronder volgt een voorbeeld van het scherm wanneer [DISP (sch.w.g.)-inst.] is ingesteld op [Alle info weerg.] en de pictogrammen van de aanraakfunctie zijn verborgen.
  • De afgebeelde inhoud en de posities van deze inhoud slechts ter referentie en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave. Mogelijk worden sommige pictogrammen niet afgebeeld, afhankelijk van de camera-instellingen.
  • Voor informatie over het weergeven/verbergen van de pictogrammen van de aanraakfunctie en voorbeelden van het afbeelden van de pictogrammen van de aanraakfunctie, raadpleegt u "Pictogrammen van de aanraakfunctie".

Tijdens het opnemen van bewegende beelden

Illustratie van het scherm tijdens bewegend-beeldopname

Weergave wanneer u de camera verticaal houdt

  1. [Opn.modus] is ingesteld op (Fl. Belichtingsm.).
  2. Geluidsniveau
  3. [Vast/variabel select.] is ingesteld op [Vast] en [Opn.beeldsnelh.] is ingesteld op [59.94p].
  4. Tijdcode
  5. De camera staat in de opnamestand-bystand.
  6. De scherpstellingsfunctie is ingesteld op [Continue AF].
  7. [Bestandsindeling] is ingesteld op [4K].
  8. Gleufnummer van de geheugenkaart waarop de beeldgegevens worden opgenomen de opnamegegevens en de opnameduur van bewegende beelden
  9. Resterende acculading
  10. Sluitertijd
  11. Diafragmawaarde
  12. Belichtingscompensatie
  13. ISO-gevoeligheid
  14. [Witbalans] is ingesteld op [Automatisch].
  15. [ Opname] is ingesteld op [Aan] of [Automatisch], en het opneembare gebied is gelijkwaardig aan het APS-C-formaat.
  16. [Dynamische-bereikopt.: auto] is geselecteerd.
  17. [Lichtmeetfunctie] is ingesteld op [Multi].

Tijdens het opnemen van stilstaande beelden

Illustratie van het scherm tijdens stilstaand-beeldopname

Weergave wanneer u de camera verticaal houdt

  1. Gleufnummer van de geheugenkaart waarop de beeldgegevens worden opgenomen en het aantal van stilstaande beelden dat kan worden opgenomen
  2. [JPEG/HEIFschak.] is ingesteld op [JPEG]. [JPEG-kwaliteit] is ingesteld op [Fijn].
  3. [JPEG-beeldform.] is ingesteld op [L: 33M].
  4. [SteadyShot] is ingesteld op [Aan].
  5. De scherpstellingsfunctie is ingesteld op [Enkelvoudige AF].
  6. Resterende acculading
  7. [Opn.modus] is ingesteld op [Autom. progr.].
  8. [Transportfunctie] is ingesteld op [Enkele opname].
  9. [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed].
  10. [Dynamische-bereikopt.: auto] is geselecteerd.
  11. [Creat. uitstraling] is ingesteld op [ST(Standaard)].
  12. [Lichtmeetfunctie] is ingesteld op [Multi].
  13. [Witbalans] is ingesteld op [Automatisch].
  14. [Ond.w.herk. in AF] is ingesteld op [Aan] en [Herkenningsdoel] is ingesteld op [Mens].
  15. [Sluitertype] is ingesteld op [Automatisch].
  16. [Beeldprofiel] is ingesteld op [Uit].
TP1001668198