Opn.modus: Diafragmavoork.

Stilstaand beeld en bewegende beelden

U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door de achtergrond onscherp te maken.

  1. Zet de stilstaande/bewegende beelden-schakelaar in de stand van de gewenste opnamefunctie.
  2. MENU (Opname) → [Opnamemodus][Opn.modus]/ [Opn.modus][Diafragmavoork.].
  3. Selecteer de gewenste waarde door de voorste/achterste keuzeknop te draaien.
    • Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter het onderwerp zijn wazig.
      Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal scherpgesteld.
    • Als de diafragmawaarde die u hebt ingesteld niet geschikt is voor een juiste belichting, knippert de sluitertijd op het opnamescherm. Als dit gebeurt, verandert u de diafragmawaarde.
  4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
    De sluitertijd wordt automatisch aangepast om een juiste belichting te verkrijgen.

Opmerking

  • De helderheid van het beeld op het scherm kan verschillen van die van het beeld dat in werkelijkheid wordt opgenomen.
TP1001663799