SteadyShot (bewegende beelden)
Stelt het [
SteadyShot]-effect in bij het opnemen van bewegende beelden.
-
MENU →
(Opname) → [Beeldstabilisatie] → [
SteadyShot] → gewenste instelling.
Menu-onderdelen
- Dynam. actief:
- Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect dan met [Actief].
- Actief:
- Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect.
- Standaard:
- Vermindert u de camerabewegingen tijdens het opnemen van bewegende beelden onder stabiele omstandigheden.
- Uit:
- Gebruikt [
SteadyShot] niet.
Opmerking
- Bij gebruik van een statief enz., schakelt u de SteadyShot-functie uit omdat dit een storing kan veroorzaken tijdens het opnemen.
- Bij langzame zwenk-/kantelbewegingen kan het beeld vervormd raken als u uit de hand opneemt. Als vervorming optreedt, probeert u dit op te heffen door de functie SteadyShot in te schakelen.
- Als u de instelling van [
SteadyShot] verandert, zal de opnamehoek veranderen. [Dynam. actief] voert bijsnijden en pixelvergroting uit voor een SteadyShot-effect dat minder effect heeft op de beeldkwaliteit. Daarom wordt de kijkhoek nog kleiner dan bij [Actief]. - Het instelbereik van de ISO-gevoeligheid varieert afhankelijk van de instelling [
SteadyShot]. - In de volgende situaties kan [Actief] of [Dynam. actief] niet worden geselecteerd:
- Als [Opn.beeldsnelh.] is ingesteld op [119.88p]/[100p]
- Wanneer u [
SteadyShot] instelt op [Dynam. actief], is de helder-beeld-zoomfunctie niet meer beschikbaar.
TP1001631283