Basispictogrammen die op de monitor worden weergegeven

Dit hoofdstuk beschrijft de weergave op het scherm wanneer de opnamefunctie (Autom. progr.) is.

  • Hieronder volgt een voorbeeld van het scherm wanneer het display is ingesteld op [Alle info weerg.] en de pictogrammen van de aanraakfunctie zijn verborgen.
  • De afgebeelde inhoud en de posities van deze inhoud slechts ter referentie en kunnen verschillen van de daadwerkelijke weergave. Mogelijk worden sommige pictogrammen niet afgebeeld, afhankelijk van de camera-instellingen.
  • Voor informatie over het weergeven/verbergen van de pictogrammen van de aanraakfunctie en voorbeelden van het afbeelden van de pictogrammen van de aanraakfunctie, raadpleegt u "Pictogrammen van de aanraakfunctie".

Tijdens het opnemen van stilstaande beelden

Dit is een illustratie van het scherm tijdens stilstaand-beeldopname. De pictogrammen met de nummers 1 tot en met 6 worden van links naar rechts bovenaan het scherm weergegeven. De pictogrammen met de nummers 7 tot en met 11 worden van links naar rechts onderaan het scherm weergegeven. De pictogrammen met de nummers 12 tot en met 16 worden van boven naar beneden aan de linkerkant van het scherm weergegeven. De pictogrammen met de nummers 17 en 19 tot en met 22 worden van boven naar beneden aan de rechterkant van het scherm weergegeven. Het pictogram met het nummer 18 wordt rechts naast het pictogram met het nummer 13 weergegeven.

Weergave wanneer u de camera verticaal houdt

De posities van de weergegeven pictogrammen blijven bijna hetzelfde wanneer de camera verticaal wordt gehouden.

  1. Gleufnummer van de geheugenkaart waarop de beeldgegevens worden opgenomen en het aantal van stilstaande beelden dat kan worden opgenomen
  2. [JPEG/HEIFschak.] is ingesteld op [JPEG]. [JPEG-kwaliteit] is ingesteld op [Fijn].
  3. [JPEG-beeldform.] is ingesteld op [M: 28M].
  4. [SteadyShot] is ingesteld op [Aan].
  5. De scherpstellingsfunctie is ingesteld op [Continue AF].
  6. Resterende acculading
  7. Sluitertijd
  8. Diafragmawaarde
  9. Belichtingscompensatie
  10. [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO].
  11. [ Opname] is ingesteld op [Aan] of [Automatisch], en het opneembare gebied is gelijkwaardig aan het APS-C-formaat.
  12. De opnamefunctie is ingesteld op [Autom. progr.].
  13. [Transportfunctie] is ingesteld op [Enkele opname].
  14. [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed].
  15. [Dynamische-bereikopt.: auto] is geselecteerd.
  16. [Creat. uitstraling] is ingesteld op [ST(Standaard)].
  17. [Lichtmeetfunctie] is ingesteld op [Multi].
  18. Wordt afgebeeld wanneer [AF-hulplicht] is ingesteld op [Automatisch] en de camera vaststelt dat het AF-hulplicht vereist is.
  19. [Witbalans] is ingesteld op [Automatisch].
  20. [Ond.w.herk. in AF] is ingesteld op [Aan] en [Herkenningsdoel] is ingesteld op [Mens].
  21. [Sluitertype] is ingesteld op [Mechan. sluiter].
  22. [Beeldprofiel] is ingesteld op [Uit].

Tijdens het opnemen van bewegende beelden

Dit is een illustratie van het scherm tijdens bewegend-beeldopname. De pictogrammen met de nummers 1 tot en met 6 worden van links naar rechts bovenaan het scherm weergegeven. Het pictogram met het nummer 7 wordt onderaan het scherm weergegeven.

Weergave wanneer u de camera verticaal houdt

De posities van de weergegeven pictogrammen blijven bijna hetzelfde wanneer de camera verticaal wordt gehouden.

  1. De opnamefunctie is ingesteld op [Autom. progr.].
  2. Geluidsniveau
  3. [Bestandsindeling] is ingesteld op [XAVC S HD] en [Opn.beeldsnelh.] is ingesteld op [60p].
  4. Werkelijke opnameduur van de bewegende beelden
  5. De camera staat in de opnamestand-bystand.
  6. Gleufnummer van de geheugenkaart waarop de beeldgegevens worden opgenomen de opnamegegevens en de opnameduur van bewegende beelden
  7. [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO]. (De ISO-waarde die automatisch wordt ingesteld door de camera wordt afgebeeld.)
TP1002320067