Heldere controle
Bij het opnemen van stilstaande beelden kunt u de compositie controleren in de zoeker of op de monitor, zelfs als het onderwerp donker is, zoals bij het maken van opnamen 's nachts buitenshuis. U kunt de automatische scherpstelling ook gebruiken terwijl u [Heldere controle] uitvoert.
-
MENU →
(Opname) → [Opnameweergav.] → [Heldere controle] → [Aan]. -
Ga naar [LiveView-helderheid] of [AF-bereik] door op de rechterkant van het besturingswiel te drukken en selecteer vervolgens de gewenste instelling.
Menu-onderdelen
- Aan:
- Gebruikt de functie [Heldere controle].
- LiveView-helderheid: Stelt de helderheid in van de live-weergave in de zoeker of op de monitor om de compositie gemakkelijker te kunnen controleren, zelfs op donkere locaties. ([Licht]/[Lichter])
-
AF-bereik: Stelt het bereik in waarbinnen de automatische scherpstelling werkt tijdens het uitvoeren van [Heldere controle]. ([Volledig bereik]/[Langeafstand])
- Bij het opnemen van een ver verwijderd onderwerp, zoals landschappen, kunt u door [AF-bereik] in te stellen op [Langeafstand] de benodigde tijdsduur om scherp te stellen verkorten.
- Wanneer [AF-bereik] is ingesteld op [Langeafstand], zullen het bereik van de automatische scherpstelling en de benodigde tijdsduur om scherp te stellen variëren afhankelijk van de gebruikte lens en de brandpuntsafstand.
- Uit:
- Gebruikt de functie [Heldere controle] niet.
Hint
- De pictogrammen voor [LiveView-helderheid] worden als volgt afgebeeld.
-
Licht:
-
Lichter:
-
Licht:
- Als u [Heldere controle] toewijst aan de gewenste knop met behulp van [
Eig. t.-/dr.kn.inst.], kunt u [Heldere controle] omschakelen tussen [Aan] en [Uit] elke keer wanneer u op de toegewezen knop drukt. - Wanneer automatisch wordt scherpgesteld tijdens [Heldere controle], wordt "AF uitvoeren..." weergegeven op het scherm. Blijf scherpstellen, bijvoorbeeld de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houden, totdat het automatisch scherpstellen is voltooid.
- Wanneer [AF-bereik] is ingesteld op [Langeafstand], worden het bereik van de automatische scherpstelling en een schatting van de benodigde tijdsduur om scherp te stellen afgebeeld op het scherm. Als de helderheid van het onderwerp verandert, kan de geschatte benodigde tijdsduur om scherp te stellen veranderen.
Opmerking
- Tijdens [Heldere controle] ligt [LiveView-weergave] automatisch vast op [Instell. effect uit], en worden instellingen, zoals de belichtingscompensatie, niet toegepast op het Live View-scherm. Wij adviseren u [Heldere controle] alleen te gebruiken op donkere locaties.
- Als u in een heldere omgeving [LiveView-helderheid] instelt op [Lichter], kan het beeld helderder worden weergegeven dan de geschikte helderheid.
- De instelling voor [Heldere controle] blijft behouden, ook wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
- Wanneer [Heldere controle] is ingesteld op [Aan], worden de instellingen voor de volgende functies automatisch veranderd of zijn de functies niet beschikbaar.
- LiveView-weergave
- Anti-flicker-opn.
-
Variabele sluiter
-
Mon. lage helderh
-
Zoeker lage held.
-
Monitorwrgvkwal.
-
Zoekerwrgvkwalit.
- Aanraaksluiter / Aanraakvolgen / pictogrammen van de aanraakfunctie voor het opnemen van stilstaande beelden
-
[Heldere controle] is niet beschikbaar in de volgende situaties:
- Wanneer [
Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Automatisch. AF] of [Continue AF]
* Als een objectiefadapter is bevestigd, kan [Heldere controle] alleen worden gebruikt met [H. scherpst.].
- Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automat.]
- Als [Intervalopname] is ingesteld op [Aan]
- Terwijl [
Gezichtsregistrat.] in gebruik is - Terwijl [Voorb. opn.result.] in gebruik is
- Als [Transportfunctie] is ingesteld op [Scherpst.brack.]
- Als [
Zoekerbldsnelh.] is ingesteld op [Hoog]
- Wanneer [
-
[Heldere controle] kan niet worden omgeschakeld naar [Aan] of [Uit] onder de volgende omstandigheden.
- Terwijl [Aut vergrot. in MF] in gebruik is
- Terwijl de automatische scherpstelling is geactiveerd
- Terwijl [Diafragmavoorbeeld] in gebruik is
- Tijdens het streamen
- Tijdens voorvastlegging
- Tijdens het aftellen van de zelfontspanner
- Afhankelijk van de opnameomgeving kunnen de volgende situaties zich voordoen wanneer [Heldere controle] wordt uitgevoerd. Deze situaties zullen zich waarschijnlijker voordoen wanneer [LiveView-helderheid] is ingesteld op [Lichter] dan wanneer dit is ingesteld op [Licht].
- De sluitertijd wordt langer dan normaal.
- De verversinigssnelheid van het scherm wordt lager.
- De belichting verandert of heeft tijd nodig om te veranderen als gevolg van het uitbreiden van het gemeten-helderheidsbereik.
- Ruis wordt merkbaar.
- Wanneer u [Heldere controle] uitvoert, kan het enige tijd duren om scherp te stellen in een donkere omgeving.
- Als u [AF-bereik] instelt op [Langeafstand], kan de camera niet scherpstellen op onderwerpen buiten het bereik van de automatische scherpstelling.
- Zelfs als [AF-bereik] is ingesteld op [Langeafstand], kan de camera scherpstellen op een onderwerp vlakbij het begin van het bereik van de automatische scherpstelling.
- De afgebeelde benodigde tijdsduur om scherp te stellen wanneer [AF-bereik] is ingesteld op [Langeafstand] is een schatting en kan verschillen van de werkelijk benodigde tijdsduur om scherp te stellen.
- Als een lens die is uitgerust met een scherpstelbereik-begrenzer is bevestigd, wordt het beeld automatisch scherpgesteld binnen de overlapping van het bereik van de automatische scherpstelling dat door de lens is ingesteld en het bereik van de automatische scherpstelling dat in [AF-bereik] onder [Heldere controle] is ingesteld. Als deze bereiken elkaar niet overlappen, is automatische scherpstelling niet beschikbaar.
TP1002320085