Opn.modus: Autom. progr.

stilstaand beeld, bewegende beelden, vertraagd/versneld

Stelt u in staat op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde).
U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO].

  1. Zet de stilstaande/bewegende beelden/S&Q-schakelaar in de stand van de gewenste opnamefunctie.
    • Als S&Q (vertraagd/versneld) is geselecteerd en [Sel.scherm opn.mod] is ingesteld op [Weergeven], wordt op dat moment het scherm [ Opn.modus] in stap 2 afgebeeld.
  2. MENU (Opname) → [Opnamemodus][Opn.modus]/[Opn.modus]/[ Opn.modus][Autom. progr.].
  3. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen.
  4. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.

Programmaverschuiving (alleen tijdens het opnemen van stilstaande beelden)

U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen zonder de geschikte belichting die is ingesteld door de camera te veranderen.

Draai het besturingswiel om de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd te selecteren.

  • Het pictogram [Autom. progr.] verandert van "P" in "P*" wanneer u het besturingswiel draait.
  • Om de programmaverschuiving te annuleren, stelt u de opnamefunctie in op een andere functie dan [Autom. progr.], of schakelt u de camera uit.

Opmerking

  • Afhankelijk van de helderheid van de omgeving, is het mogelijk dat de programmaverschuiving niet kan worden gebruikt.
  • Stel de opnamefunctie in op een andere stand dan "P" of schakel het apparaat uit om de gemaakte instelling te annuleren.
  • Wanneer de helderheid verandert, veranderen tevens de diafragmawaarde (het F-getal) en de sluitertijd terwijl de verschuivingswaarde hetzelfde blijft.
TP1001220121