Audio-invoerapparaten selecteren met de XLR-houder (alleen ILME-FX5)

  1. Sluit de apparaten aan die u wilt aansluiten op de aansluitingen INPUT1/INPUT2/INPUT3 van de XLR-houder.

    Indien u maar één van de aansluitingen INPUT1 en INPUT2 gebruikt, sluit u het apparaat aan op de aansluiting INPUT1.

    Als u een apparaat op de aansluiting INPUT3 wilt aansluiten, ga dan meteen naar stap 3.

  2. De audio-ingangsbron selecteren.

    Als u apparaten wilt aansluiten op de aansluitingen INPUT1/INPUT2, stemt u de schakelaars INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)/INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V) af op de aangesloten apparaten.

    • LINE (referentie-invoerniveau: +4 dBu (0 dBu = 0,775 Vrms)): Externe audio-apparaat (bijvoorbeeld een mengpaneel)
    • MIC: Dynamische microfoon, batterijgevoede microfoon
    • MIC+48V: microfoon met +48 V fantoomvoeding
    • Zorg er voordat u een microfoon aansluit/loskoppelt voor dat de schakelaar INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V) niet in de positie MIC+48V staat. Als u een kabel aansluit/loskoppelt wanneer de schakelaar op MIC+48V staat, kan dit een luid geluid of een storing in de microfoon veroorzaken.
    • Het selecteren van MIC+48V en een microfoon aansluiten die niet compatibel is met +48 V kan het aangesloten apparaat beschadigen. Controleer de instelling, alvorens het apparaat aan te sluiten.
    • Als ruis een probleem is bij ingangen waarop geen apparaat is aangesloten, zet de betreffende schakelaars voor INPUT1/INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V) dan op LINE.
  3. Selecteer het uitvoerkanaal voor de XLR-houder met de schakelaars INPUT SELECT (CH1/CH2) / INPUT SELECT (CH3/CH4).

    Selecteer de invoeraudio voor elk kanaal afkomstig van de XLR-houder met INPUT1, INPUT2 of INPUT3.

  4. Stel het referentie-invoerniveau voor microfoons in met de ATT-schakelaars (INPUT1 / INPUT2 / INPUT3) voor de ingangen waarmee de apparaten zijn verbonden.

    • 0dB: Wanneer u het geluid tijdens het opnemen wilt versterken, zoals wanneer u een microfoon met lage gevoeligheid gebruikt.

      • INPUT1/INPUT2: Referentie-invoerniveau −60 dBu
      • INPUT3: Referentie-invoerniveau −76 dBu
    • 10dB: Aanbevolen audio-opnameniveau voor een menselijke stem.

      • INPUT1/INPUT2: Referentie-invoerniveau −50 dBu
      • INPUT3: Referentie-invoerniveau −66 dBu
    • 20dB: Wanneer u het geluid tijdens het opnemen wilt onderdrukken, zoals wanneer u een microfoon met hoge gevoeligheid gebruikt.

      • INPUT1/INPUT2: Referentie-invoerniveau −40 dBu
      • INPUT3: Referentie-invoerniveau −56 dBu

    Opmerking

    • De ATT-schakelaars (INPUT1 en INPUT2) worden pas ingeschakeld wanneer de bijbehorende INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)-schakelaar of INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)-schakelaar in de stand "MIC" of "MIC+48V" wordt gezet.
      In de "LINE"-stand is het referentie-invoerniveau +4 dBu (vast) en blijft dit ongewijzigd, zelfs als de ATT-schakelaar in een andere stand wordt gezet.

    Hint

    • Bij luide invoeraudio die tot analoog clippen zou leiden, gaat het OL (overbelasting)-lampje () van de XLR-houder branden. Pas in dit geval het invoerniveau aan met de ATT-schakelaar op het aangesloten apparaat of de XLR-houder, zodat het audioniveau binnen het bereik blijft en het lampje niet gaat branden.
  5. Pas het audio-opnameniveau aan.

    Raadpleeg "Het audio-opnameniveau aanpassen met de XLR-houder (alleen ILME-FX5)" voor meer informatie over het aanpassen.

TP1002216450