De scherpstelling automatisch aanpassen (auto focus)
Met alleen fasedetectie-AF kan het apparaat snel, erg nauwkeurig en consistent automatisch scherpstellen.
Wanneer [Opname] – [Scherpstellen] – [Lensactie als AF niet kan] is ingesteld op [Scherpst.zoekt. voortz.] in het volledige menu, gebruikt het apparaat ook contrastdetectie-AF. Zo kan het apparaat automatisch blijven scherpstellen met contrastdetectie-AF in omstandigheden en omgevingen waar fasedetectie-AF niet voor geschikt is.
Om de scherpstelling automatisch aan te passen, stelt u [Opname] – [Scherpstellen] – [Scherpstelbewerking] in op [Automat. scherpstellen] in het volledige menu.
Als het objectief een scherpstelschakelaar heeft, zet u deze vooraf in de stand "AF/MF" of "AF". In de stand "Full MF" of "MF" aanvaardt het objectief geen scherpstelopdrachten van het apparaat.
Hint
- Wanneer [Opname] – [Scherpstellen] – [AF hulp] is ingesteld op [Aan] in het volledige menu, kunt u nog steeds scherpstellen met de scherpstellingsring van het objectief wanneer automatische scherpstelling is ingeschakeld. Als u de scherpstellingsring niet meer bedient, zal het apparaat scherpstellen op het onderwerp dat zich het dichtst bij de huidige scherpstellingspositie bevindt volgens de instelling [Onderwerpherkenning AF].
Opmerking
- Een objectief dat automatische scherpstelling ondersteunt is vereist.
- Nauwkeurigheid kan mogelijk niet worden bereikt, afhankelijk van de condities waarin wordt gefilmd.
- Wanneer een objectief is bevestigd dat geen fasedetectie AF op de sensor ondersteunt, wordt de scherpstelling op handmatig (vast) ingesteld, als [Opname] – [Scherpstellen] – [Lensactie als AF niet kan] wordt ingesteld op [Scherpstelzoekt. stopz.].