Beeldstabilisatie gebruiken
U kunt vervaging van het beeld als gevolg van schudden tijdens het opnemen onderdrukken door de beeldstabilisatiefunctie in te schakelen.
Opmerking
- Beeldstabilisatie kan niet worden gebruikt wanneer [Project] – [Anamorf smndr onged] – [Verhouding] niet is ingesteld op [Uit (1,0x)] in het volledige menu.
Beeldstabilisatie inschakelen
Stel [Opname] – [Beeldstabilisatie] – [SteadyShot] in op [Standaard] / [Actief] / [Dynamisch actief] in het volledige menu.
- [Standaard]: Vermindert vervaging van vastgelegde beelden veroorzaakt door cameratrilling.
- [Actief]: Past krachtigere correctie toe dan [Standaard] voor het corrigeren van sterkere camerabewegingen, zoals opnemen tijdens het lopen. De kadrering verschuift lichtjes naar de telezijde.
- [Dynamisch actief]: Past een krachtigere correctie toe dan [Actief]. De kadrering is ook nauwer dan bij [Actief].
- [Uit]: Schakelt de beeldstabilisatiemodus uit.
Stel [SteadyShot] wanneer u beeldstabilisatie niet gebruikt in op [Uit]. In dit geval wordt het gebruik van een statief aanbevolen.
Hint
- Stel bij het opnemen met een statief voor stabiliteit de beeldstabilisatie in op [Uit]. Als u langzame zwenk-/kantelbewegingen uitvoert en beeldstabilisatie niet is ingesteld op [Uit], kan het beeld vervormd raken.
- U kunt [SteadyShot] ook toewijzen aan [User 1] tot [User 6] op het scherm met gebruikerfuncties.
Opmerking
-
In de volgende gevallen kan beeldstabilisatie niet worden ingesteld op [Actief].
-
Wanneer [Project] – [Opnameformaat] – [Codec] is ingesteld op [X-OCN LT] / [X-OCN C1] / [X-OCN C2] in het volledige menu
-
Wanneer [Opname] – [FPS] – [Selectie vast/variabel] is ingesteld op [Variabel] in het volledige menu en [Selectie FPS] is ingesteld op 150fps of hoger
-
Wanneer [Opname] – [FPS] – [Selectie vast/variabel] is ingesteld op [Variabel] in het volledige menu, [Selectie FPS] is ingesteld op 66fps of hoger en [Beeldvormermodus] is ingesteld op FF 5K 17:9 / FFc 4.5K 17:9.
-
-
In de volgende gevallen kan beeldstabilisatie niet worden ingesteld op [Dynamisch actief].
-
Wanneer [Project] – [Opnameformaat] – [Codec] is ingesteld op [X-OCN LT] / [X-OCN C1] / [X-OCN C2] in het volledige menu
-
Wanneer [Projectframerate] is ingesteld op 100 of hoger
-
Wanneer [Opname] – [FPS] – [Selectie vast/variabel] is ingesteld op [Variabel] in het volledige menu en [Selectie FPS] is ingesteld op 66fps of hoger
-
De brandpuntafstand automatisch instellen
De brandpuntafstand voor beeldstabilisatie wordt automatisch ingesteld op basis van informatie die wordt verkregen van het objectief.
Om de brandpuntafstand voor beeldstabilisatie automatisch in te stellen, stelt u [Opname] – [Beeldstabilisatie] – [Stabilisatieafstelling] in op [Auto] in het volledige menu.
De brandpuntafstand handmatig instellen
U kunt de brandpuntafstand voor beeldstabilisatie handmatig instellen.
Om de brandpuntafstand voor beeldstabilisatie handmatig in te stellen, stelt u [Opname] – [Beeldstabilisatie] – [Stabilisatieafstelling] in op [Handmatig] in het volledige menu.
Stel de brandpuntafstand in met [Opname] – [Beeldstabilisatie] – [Brandpuntsafstand] in het volledige menu. U kunt de brandpuntafstand instellen van 8 mm tot 1000 mm.