Menu [Netwerk]
De volgende tabellen beschrijven de functie en instellingen van elk menu-item.
[Netwerk] – [Netwerkconfiguratie]
Voert het hulpmiddel voor netwerkinstelling uit.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Conf. voor mobiele applic.] | – | – | Start het hulpmiddel voor netwerkinstelling. |
| [LAN-type selecteren] | [Draadl.-LAN-t.pt 2,4G] / [Draadl.-LAN-t.punt 5G] / [Draadloos-LAN-station] / [Bekabeld LAN] / [Uit] | [Uit] | Hiermee kunt u de LAN-verbindingsmethode instellen. |
| [Toeg.authent.-instell. tonen] | – | – |
Geeft de gebruikersnaam en het wachtwoord voor toegangsverificatie weer als tekst en QR-code. Opmerking
|
| [Authenticatie bewerken] | [Gebruikersnaam] | – |
Stelt de gebruikersnaam in voor toegangsverificatie. Opmerking
|
| [Wachtwoord invoeren] | – |
Stelt het wachtwoord in voor toegangsverificatie. Opmerking
|
|
| [Wachtwoord genereren] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Genereert automatisch een wachtwoord voor toegangsverificatie. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
[Netwerk] – [Draadloos LAN]
Regelt instellingen voor draadloos LAN.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling] | [Toegangspunt(2,4GHz)] / [Toegangspunt (5GHz)] / [Stationmodus] / [Uit] | [Uit] |
Selecteert de werkmodus van de draadloze LAN-verbinding. Opmerking
|
| [Kanaal] | – | – | Geeft het draadloze LAN-kanaal weer. (Alleen toegangspuntmodus) |
| [SSID+wachtwoord camera] | – | – | Geeft de SSID en het wachtwoord van dit apparaat weer. (Alleen toegangspuntmodus) |
| [Wachtwoord regenereren] | – | – | Hiermee wordt het wachtwoord voor de toegangspuntmodus opnieuw gegenereerd. (Alleen toegangspuntmodus) |
| [Camera-afstandsbediening] | [Inschakel.] / [Uitschakelen] | [Uitschakelen] | Stelt in of bediening op afstand vanaf een mobiel apparaat is ingeschakeld/uitgeschakeld, dat via draadloos LAN op dit apparaat is aangesloten in de stationmodus. (Alleen stationmodus) |
| [Verbonden netwerk] | – | – | Geeft het toegangspunt van het aangesloten draadloze LAN-netwerk weer. (Alleen stationmodus) |
| [Netwerken scannen] | – | – | Detecteert de toegangspunten van de draadloze LAN-netwerken en geeft een lijst weer. (Alleen stationmodus) |
| [WPS] | [Uitvoer.] / [Annul.] | – |
Brengt een verbinding tot stand met WPS (Wi-Fi Protected Setup). Opmerking
|
| [Handmatige registratie] | – | – | Stelt het toegangspunt van het draadloze LAN-netwerk in om verbinding te maken. (Alleen stationmodus) |
| [SSID] | – |
Stelt de SSID in waarmee het toegangspunt verbinding moet maken. Opmerking
|
|
| [Beveiliging] | – | Stel het type beveiliging in voor het toegangspunt waarmee verbinding moet worden gemaakt. | |
| [Wachtwoord] | – |
Stelt het wachtwoord in waarmee het toegangspunt verbinding moet maken. Hint
Opmerking
|
|
| [DHCP] | – | Schakelt DHCP in of uit. | |
| [IP-adres] | – |
Stelt het IP-adres van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Subnetmasker] | – |
Stelt het subnetmasker van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Gateway] | – |
Stelt de standaardgateway van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [DNS auto] | – | Schakelt automatische DNS-acquisitie in/uit wanneer [DHCP] is ingesteld op [Aan]. | |
| [Primaire DNS-server] | – |
Stelt de primaire DNS-server van dit apparaat in wanneer [DNS auto] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Secundaire DNS-server] | – |
Stelt de secundaire DNS-server van dit apparaat in wanneer [DNS auto] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [IP-adres] | – | – | Geeft het IP-adres van het apparaat weer. |
| [Subnetmasker] | – | – | Geeft het subnetmasker van het apparaat weer. |
| [MAC-adres] | – | – | Geeft het MAC-adres weer van de draadloze LAN-interface van dit apparaat. |
[Netwerk] – [Bekabeld LAN]
Regelt instellingen voor bekabeld LAN.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling] | [Aan] / [Uit] | [Uit] |
Schakelt bekabeld LAN in/uit. Opmerking
|
| [Camera-afstandsbediening] | [Inschakel.] / [Uitschakelen] | [Uitschakelen] | Stelt in of bediening op afstand moet worden ingeschakeld vanaf een apparaat dat via bekabeld LAN op dit apparaat is aangesloten. |
| [Gedetailleerde instellingen] | – | – | Hiermee worden de eigenschappen van het bekabelde LAN geconfigureerd. |
| [DHCP] | – | Schakelt DHCP in of uit. | |
| [IP-adres] | – |
Stelt het IP-adres van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Subnetmasker] | – |
Stelt het subnetmasker van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Gateway] | – |
Stelt de standaardgateway van dit apparaat in wanneer [DHCP] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [DNS auto] | – | Schakelt automatische DNS-acquisitie in/uit wanneer [DHCP] is ingesteld op [Aan]. | |
| [Primaire DNS-server] | – |
Stelt de primaire DNS-server van dit apparaat in wanneer [DNS auto] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [Secundaire DNS-server] | – |
Stelt de secundaire DNS-server van dit apparaat in wanneer [DNS auto] is ingesteld op [Uit]. Opmerking
|
|
| [IP-adres] | – | – | Geeft het IP-adres van het apparaat weer. |
| [Subnetmasker] | – | – | Geeft het subnetmasker van het apparaat weer. |
| [MAC-adres] | – | – | Geeft het MAC-adres van het apparaat weer. |
[Netwerk] – [USB-tethering]
Regelt instellingen met betrekking tot USB-tethering.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling] | [Aan(PORT1)] / [Uit] | [Uit] | Schakelt de USB-tetheringfunctie van dit apparaat in of uit. |
| [Camera-afstandsbediening] | [Inschakel.] / [Uitschakelen] | [Uitschakelen] | Schakelt bediening op afstand via USB-tethering van "Monitor&Control", "Creators' App for Enterprise" of een andere applicatie voor mobiele apparaten in/uit. |
| [IP-adres] | – | – | Geeft het IP-adres van het apparaat weer. |
| [Subnetmasker] | – | – | Geeft het subnetmasker van het apparaat weer. |
[Netwerk] – [Bluetooth]
Regelt instellingen voor Bluetooth.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Schakelt de Bluetooth-functie in/uit. |
| [Koppeling] | [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Koppelt dit apparaat met een Bluetooth-apparaat. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
| [Gekoppeld appar. beheren] | – | – | Hiermee wordt het gekoppelde Bluetooth-apparaat weergegeven/verwijderd. |
| [Apparaatadres] | – | – | Geeft het Bluetooth-adres van dit apparaat weer. |
[Netwerk] – [Bestandsoverdracht]
Regelt instellingen met betrekking tot de bestandsoverdracht.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Auto upload] | [Aan] / [Uit] | [Uit] |
Schakelt automatische overdracht van originele clips in/uit. Opmerking
|
| [Auto upload (proxy)] | [Aan] / [Uit] | [Uit] |
[Aan]: Schakelt automatische overdracht van proxyclips in. Opmerking
|
| [Standaard-uploadserver] | – | – | Selecteert de bestemmingsserver voor bestandsoverdracht. De hier geselecteerde server wordt de automatische overdrachtsbestemming voor originele clips en proxyclips en de overdrachtsbestemming voor clips vanuit het cliplijstscherm. Geeft de [Weergavenaam]-instelling weer die is geconfigureerd in [Serverinstellingen1] t/m [Serverinstellingen3]. |
| [Voltooide taken wissen] | [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Hiermee wist u voltooide overdrachtstaken uit de takenlijst. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
| [Alle taken wissen] | [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Hiermee wist u alle overdrachtstaken uit de takenlijst. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
| [Taaklijst weergeven] | – | – | Geeft de lijst met overdrachtstaken weer. |
| [Serverinstellingen1] | [Weergavenaam] | – | Stelt de naam in die wordt weergegeven in de instellingen van de overdrachtsbestemming. |
| [Service] – [FTP] | [FTP] | Geeft het type server weer. | |
| [Hostnaam] | – | Stelt de hostnaam van de transmissiebestemmingsserver in. | |
| [Poort] (1 t/m 65535) | 21 | Stelt het poortnummer in van de transmissiebestemmingsserver. | |
| [Gebruikersnaam] | – | Stelt de gebruikersnaam in voor verificatie van de verbinding met de transmissiebestemmingsserver. | |
| [Wachtwoord] | – | Stelt het verificatiewachtwoord in voor de verbinding met de transmissiebestemmingsserver. | |
| [Passieve modus] – [Aan] / [Uit (actieve modus)] | [Uit (actieve modus)] | Schakelt passieve modus in of uit. | |
| [Bestemmingsmap] | – | Stelt de naam in van de overdrachtsdoelmap. | |
| [Beveiligingsprotocol gebr.] – [Aan] / [Uit] | [Uit] | Stelt in of er gebruik moet worden gemaakt van beveiligde FTP-overdracht (FTPES) ([Aan]) of ([Uit]). | |
| [Basiscertificaat] – [Laden] / [Wissen] / [Geen] | [Geen] |
Laadt/verwijdert het basiscertificaat voor veilige FTP-overdracht. Opmerking
|
|
| [Basiscertificaatstatus] – [Geladen] / [Geen certificaat] | [Geen certificaat] | Geeft de laadstatus van het hoofdcertificaat weer voor veilige FTP-overdracht. | |
| [Resetten] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Zet de [Serverinstellingen1]-instellingen terug op de standaardwaarden. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
|
| [Serverinstellingen2] | Gelijk aan [Serverinstellingen1] | – | – |
| [Serverinstellingen3] | Gelijk aan [Serverinstellingen1] | – | – |
[Netwerk] – [Stream]
Regelt instellingen voor streaming.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Schakelt streaming in/uit. |
| [Bestemming selecteren] | – | [RTMP/RTMPS 1] | Selecteert de verbindingsbestemming van de streaming. Geeft de [Weergavenaam]-instelling weer die is geconfigureerd in [RTMP/RTMPS 1] t/m [RTMP/RTMPS 3] en [SRT-Caller 1] t/m [SRT-Caller 3]. |
| [RTMP/RTMPS 1] | – | – | Stelt een RTMP/RTMPS-streamingverbinding in. |
| [Weergavenaam] | – | Stelt de naam in die wordt weergegeven in [Bestemming selecteren]. | |
| [Codec] | [H.264/AVC] | Geeft de codec van de streamingvideo weer. | |
| [Resolutie] -3840×2160P / 1920×1080P / 1280×720P | 1920×1080P | Stelt de resolutie van de streamingvideo in. | |
| [Bitsnelheid] | [6Mbps] | Stelt de bitrate van de streamingvideo in. | |
| [Bestemmings-URL] | – | Stelt de URL in van de server waarmee verbinding moet worden gemaakt. | |
| [Streamsleutel] | – | Stelt de stream key in die wordt gebruikt voor streaming. | |
| [RTMPS-stream.serv.certific.] – [Laden] / [Wissen] / [Geen] | [Geen] |
Laadt/wist een standaardcertificaat. Opmerking
|
|
| [RTMPS-str.serv.cert.status] – [Geladen] / [Standaard] | [Standaard] | Geeft de laadstatus van het certificaat weer voor de RTMPS-verbinding. | |
| [Resetten] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Zet de instellingen terug op de standaardwaarden. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
|
| [RTMP/RTMPS 2] | Gelijk aan [RTMP/RTMPS 1] | – | – |
| [RTMP/RTMPS 3] | Gelijk aan [RTMP/RTMPS 1] | – | – |
| [RTMPS-stndrdcertificaten] | [Vervangen] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Laadt standaardcertificaten van een geheugenkaart die in kaartsleuf B is geplaatst. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
| [Resetten] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Initialiseert de instellingen van de standaardcertificaatgroep. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
|
| [Toestand] | [Preinstall] | Geeft de status van de standaardcertificaatgroep weer. | |
| [SRT-Caller 1] | – | – | Stelt een SRT-streamingverbinding in. |
| [Weergavenaam] | – | Stelt de naam in die wordt weergegeven in [Bestemming selecteren]. | |
| [Codec] [H.264/AVC] / [H.265/HEVC] |
[H.264/AVC] | Geeft de codec van de streamingvideo weer. | |
| [Resolutie] 3840×2160P / 1920×1080P / 1280×720P | 1920×1080P | Stelt de resolutie van de streamingvideo in. | |
| [Bitsnelheid] | [6Mbps] | Stelt de bitrate voor streaming in. | |
| [Bestemmings-URL] | – | Stelt de URL in van de server waarmee verbinding moet worden gemaakt. | |
| [Poort] (1 t/m 65535) | 7001 | Stelt de poort voor de streaming zendbestemming in. | |
| [Latentie] (20ms t/m 8000ms) | [120 ms] | Stelt de latentie van de streamingdistributie in. | |
| [TTL] (1 t/m 255) | [64 keer] | Stelt de time-to-live (TTL) -waarde in voor streaming. | |
| [Versleuteling] – [Geen] / [AES-128] / [AES-256] | [Geen] | Stelt de versleutelingsmethode voor streaming in. | |
| [Wachtzin] | – | Stelt de wachtwoordzin in die wordt gebruikt voor versleuteling voor streaming. | |
| [ARC] – [Aan] / [Uit] | [Aan] | Schakelt ARC in/uit tijdens het streamen. | |
| [Resetten] – [Uitvoer.] / [Annul.] | – |
Zet de instellingen terug op de standaardwaarden. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
|
| [SRT-Caller 2] | Gelijk aan [SRT-Caller 1] | – | – |
| [SRT-Caller 3] | Gelijk aan [SRT-Caller 1] | – | – |
[Netwerk] – [Netwerk resetten]
Herstelt de netwerkinstellingen.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Beschrijving |
|---|---|---|
| [Resetten] | [Uitvoer.] / [Annul.] | Herstelt de netwerkinstellingen. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |