Menu [Opname]
De volgende tabellen beschrijven de functie en instellingen van elk menu-item.
[Opname] – [ISO/gain]
Hiermee configureert u instellingen met betrekking tot gain.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Modus] | [ISO] / [dB] | [ISO] |
Selecteert de instellingsmodus voor versterking. Opmerking
|
| [ISO/gain selecteren] | Zie het volgende onderwerp voor details over instellingen. [ISO/gain]-instellingen en standaardwaarden |
– | Stelt de gain in. |
| [Schokloze gain] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Schakelt de shockless gain (schokvrije versterking) in/uit. |
| [Basisgevoeligheid] | [Hoog] / [Midden] / [Laag] / [Laag(dubbele gain)] | [Laag] | Stelt de basisgevoeligheid in voor de aangepaste opnamemodus. |
| [Base ISO] | [ISO 12800] / [ISO 4000] / [ISO 800] / [ISO 800(dubbele gain)] | [ISO 800] | Stelt de basis ISO-gevoeligheid in voor de log-opnamemodus ([Cine EI] / [Flexibele ISO]).Opmerking
|
[Opname] – [Belichtingsindex]
Stelt instellingen in met betrekking tot de belichtingsindex.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [EI selecteren] |
|
– | Stelt de EI gain-waarde in voor de log-opnamemodus ([Cine EI] / [Cine EI snel]). |
[Opname] – [Sluiter]
Stelt de elektronische sluiter in.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Modus] | [Snelheid] / [Hoek] | [Hoek] | Selecteert de werkmodus van de elektronische sluiter. Wordt gebruikt voor het duidelijk filmen van snel bewegende objecten. Selecteer de [Snelheid]-modus voor het instellen van de sluitertijd als een tijd in seconden of de [Hoek]-modus voor het instellen van de sluitertijd als een sluiterhoek. |
| [Stap/continu selecteren] | [Stap] / [Continu] | [Stap] | Selecteert de instelmethode voor de sluitertijd. |
| [Hoek (stap)] | 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 360.0° / 300.0° / 270.0° / 240.0° / 216.0° / 210.0° / 180.0° / 172.8° / 150.0° / 144.0° / 120.0° / 90.0° / 86.4° / 72.0° / 45.0° / 30.0° / 22.5° / 11.25° / 5.6° | 180.0° |
Stelt een vooringestelde sluiterhoek in als de [Hoek]-modus is geselecteerd. Opmerking
|
| [Hoek (continu)] | 360.0° t/m 4.2° | 180.0° | Stelt een continue sluiterhoek in als de [Hoek]-modus is geselecteerd. |
| [Sluitertijd aan/uit] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Stelt in of de belichtingstijd in de [Snelheid]-modus de [Snelheid (stap)] / [Snelheid (continu)]-instelling volgt of is ingesteld voor volledige belichting. |
| [Snelheid (stap)] | 64F t/m 1/8000 De beschikbare instellingen variëren afhankelijk van de projectbeeldsnelheid van de geselecteerde opname-indeling. 119.88P: 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 100P: 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 59.94P: 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 1/60 / 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 50P: 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 1/50 / 1/60 / 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 29.97P: 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 1/30 / 1/40 / 1/50 / 1/60 / 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 25P: 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 1/25 / 1/33 / 1/50 / 1/60 / 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 24P, 23.98P: 64F / 32F / 16F / 8F / 7F / 6F / 5F / 4F / 3F / 2F / 1/24 / 1/32 / 1/48 / 1/50 / 1/60 / 1/96 / 1/100 / 1/120 / 1/125 / 1/250 / 1/500 / 1/1000 / 1/2000 / 1/4000 / 1/8000 |
119.88P: 1/120 100P: 1/100 59.94P: 1/60 50P: 1/50 29.97P: 1/30 25P: 1/25 24P, 23.98P: 1/24 |
Stelt de sluitertijd in als de [Snelheid]-modus is geselecteerd. Opmerking
|
| [Snelheid (continu)] | 1/23.99 t/m 1/8000 | – | Stelt de sluitertijd (fijnafstelling) in als de [Snelheid]-modus is geselecteerd. |
[Opname] – [Automat. belichting]
Regelt de instellingen voor automatische belichtingsaanpassingen.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Niveau] | +3.0 / +2.75 / +2.5 / +2.25 / +2.0 / +1.75 / +1.5 / +1.25 / +1.0 / +0.75 / +0.5 / +0.25 / ±0 / −0.25 / −0.5 / −0.75 / −1.0 / −1.25 / −1.5 / −1.75 / −2.0 / −2.25 / −2.5 / −2.75 / −3.0 | ±0 | Stelt het helderheidniveau in voor de automatische gedetecteerde belichting. |
| [Modus] | [Achtergr.verlicht] / [Standaard] / [Spotlight] | [Standaard] | Stelt de werkmodus in van de auto-belichtingsaanpassing. [Achtergr.verlicht]: Modus voor minder donker worden van schaduwen als het onderwerp met tegenlicht wordt gefilmd. [Standaard]: Standaardmodus [Spotlight]: Modus voor minder overbelichting als het onderwerp wordt verlicht door spotlampen |
| [Snelheid] | −99 t/m +99 | ±0 | Stelt de aanpassingssnelheid in van auto-belichtingsaanpassing. |
| [AGC] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Automatische gainregeling in-/uitschakelen. |
| [AGC-limiet] | Zie het volgende onderwerp voor details over instellingen. [AGC-limiet]-instellingen en standaardwaarden |
– | Stelt de maximale versterking van de automatische gainregeling in. |
| [AGC-punt] | F2.8 / F4 / F5.6 | F2.8 | Stelt het F-nummer in van de iris waar de automatische versterkingsregeling begint wanneer [AGC] is ingesteld op [Aan]. |
| [Auto sluiter] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Automatische sluiter in-/uitschakelen. |
| [A.SHT-limiet] | 1/100 / 1/150 / 1/200 / 1/250 / 1/2000 | 1/2000 | Stelt de snelste sluitertijd van de automatische sluiter in. |
| [A.SHT-punt] | F5.6 / F8 / F11 / F16 | F11 | Stelt het F-nummer in van de iris waar de automatische sluiterwerking begint wanneer [Auto sluiter] is ingesteld op [Aan]. |
| [Clip hoog licht] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Schakelt de functie in of uit die de meest heldere gebieden negeert voor een vlakkere respons bij hoge helderheid. |
| [Detectievenster] | 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / [Eigen] | 1 | Stelt het lichtmetingsbereik voor automatische belichtingsaanpassing in op basis van de helderheid van het onderwerp. (Niet beschikbaar als de belichting handmatig wordt ingesteld) |
| [Detectievensterindicatie] | [Aan] / [Uit] | [Uit] | Schakelt de indicatie van de lichtmeting in of uit. |
| [Eigen breedte] | 40 t/m 999 | 500 | Stelt de breedte van het lichtmetingsbereik in. |
| [Eigen hoogte] | 70 t/m 999 | 500 | Stelt de hoogte van het lichtmetingsbereik in. |
| [Eigen H-positie] | −479 t/m +479 | ±0 | Stelt de horizontale positie van het lichtmetingsbereik in. |
| [Eigen V-positie] | −464 t/m +464 | ±0 | Stelt de verticale positie van het lichtmetingsbereik in. |
[Opname] – [Witbalans]
Regelt de witbalansinstelling.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Witbalans selecteren] | A / B / C / D / E / F / G / H | A | Selecteert de positie van het witgeheugen. |
| [Auto witbalans] | [Uitvoer.] / [Annul.] | – | Voert automatische witbalans uit voor de geselecteerde witgeheugenpositie. [Uitvoer.]: Functie uitvoeren. |
| [ATW] | [Aan] / [Uit] | [Uit] |
Schakelt de ATW-functie in/uit. Opmerking
|
| [Kleurtemperatuur selecter.] | 2000K t/m 15000K | 3200K |
Stelt de kleurtemperatuur van de witbalans in die wordt opgeslagen in de witgeheugenpositie. Opmerking
|
| [Tint] | −99 t/m +99 | ±0 |
Stelt de [Tint]-waarde van de witbalans in die wordt opgeslagen in de witgeheugenpositie. Opmerking
|
| [R-gain ] | −99.0 t/m +99.0 | ±0.0 | Stelt de R-gain-waarde van de witbalans in die wordt opgeslagen in de witgeheugenpositie. |
| [B-gain ] | −99.0 t/m +99.0 | ±0.0 | Stelt de B-gain-waarde van de witbalans in die wordt opgeslagen in de witgeheugenpositie. |
| [Vooringest. waarde instell.] |
|
[Annul.] | Stelt de kleurtemperatuur van de witbalans die wordt opgeslagen in de witgeheugenpositie in op een vooringestelde waarde. De [Tint]-waarde is ingesteld op ±0.0. |
[Opname] – [Witbalans-instelling]
Past de witbalansinstelling aan.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Schokloos wit] | [Uit] / 1 / 2 / 3 | 2 | Stelt de reactiesnelheid in van de witbalans als wordt overgeschakeld van witbalansmodus. [Uit]: Schakelt onmiddellijk. 1 t/m 3: hogere nummers schakelen langzamer. |
| [ATW-snelheid] | 1 / 2 / 3 / 4 / 5 | 3 | Stelt de reactiesnelheid in de Auto White-modus in. 1: Snelste reactietijd |
[Opname] – [Scherpstellen]
Regelt de scherpstelling.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Scherpstelbewerking] | [Automat. scherpstellen] / [Handmat. scherpstellen] | [Automat. scherpstellen] | Stelt de basis scherpstelling in wanneer automatische scherpstelling ingeschakeld is voor het objectief. |
| [AF-overgangssnelheid] | [1(langzaam)] / 2 / 3 / 4 / 5 / 6 / [7(snel)] | 5 | Stelt de snelheid in van de scherpstellingsaandrijving als het onderwerp verandert tijdens automatische scherpstelling. |
| [AF-onderw.-schakelgevoel.] | [1(blijven volgen)] / 2 / 3 / 4 / [5(reactief)] | [5(reactief)] | Stelt de gevoeligheid in voor wijziging van onderwerpscherpstelling tijdens automatische scherpstelling. |
| [Scherpstelgebied] | [Breed] / [Zone] / [Flexibel punt] | [Breed] | Stelt het doelgebied in voor autofocus en push-autofocus. [Breed]: Zoekt bij scherpstellen naar een scherpstelpositie in een brede hoek in het beeld. [Zone]: Zoekt automatisch naar een focuspunt binnen de opgegeven zone. [Flexibel punt]: Stelt scherp op een specifieke positie in het beeld. |
| [Onderwerpherkenning AF] | [Mens alleen AF] / [Mensprioriteit AF] / [Dier/vogelprioriteit AF] / [Dierprioriteit AF] / [Vogelprioriteit AF] / [Uit] | [Mensprioriteit AF] | Stelt de modus van de AF-functie van de onderwerpherkenning in. [Mens alleen AF]: De camera detecteert onderwerpen (mensen) en stelt scherp op hun gezicht, ogen, hoofd of lichaam. Autofocus wordt gepauzeerd op het moment dat een persoon niet wordt gedetecteerd. [Mensprioriteit AF]: De camera detecteert onderwerpen (mensen) en stelt scherp op hun gezicht, ogen, hoofd of lichaam. Wanneer de camera geen gezicht/ogen/hoofd/lichaam detecteert, bepaalt het apparaat automatisch de optimale positie in het beeld en blijft het scherpstellen op deze positie. [Dier/vogelprioriteit AF]: De camera detecteert de ogen/het hoofd/lichaam van onderwerpen (dieren en vogels) en stelt scherpstelling op de ogen/het hoofd/lichaam van dieren en vogels voorop. Wanneer de camera geen ogen/hoofd/lichaam detecteert, bepaalt het apparaat automatisch de optimale positie in het beeld en blijft het scherpstellen op deze positie. [Dierprioriteit AF]: De camera detecteert de ogen/het hoofd/lichaam van onderwerpen (dieren) en geeft prioriteit aan het scherpstellen op de ogen/het hoofd/lichaam van dieren. Wanneer de camera geen ogen/hoofd/lichaam detecteert, bepaalt het apparaat automatisch de optimale positie in het beeld en blijft het scherpstellen op deze positie. [Vogelprioriteit AF]: De camera detecteert de ogen/het hoofd/lichaam van onderwerpen (vogels) en stelt scherpstelling op de ogen/het hoofd/lichaam van vogels voorop. Wanneer de camera geen ogen/hoofd/lichaam detecteert, bepaalt het apparaat automatisch de optimale positie in het beeld en blijft het scherpstellen op deze positie. [Uit]: De AF-functie voor onderwerpherkenning is uitgeschakeld. |
| [Doel selecteren herkenning] | [Mensprioriteit AF] / [Mens alleen AF] / [Dier/vogelprioriteit AF] / [Dierprioriteit AF] / [Vogelprioriteit AF] | Alle opties hebben een vinkje. | Selecteert de onderwerpherkenning AF-functie wanneer een toewijsbare knop indrukt die is toegewezen aan [Onderwerpherkenning AF]. Configureer instelling met het vinkje. |
| [Aanraakfunctie in MF] | [Volgen-AF] / [Spotscherpstelling] | [Volgen-AF] | Stelt de aanraakbediening in tijdens handmatig scherpstellen. |
| [Multiselectorfunctie] | [Onderw.selectorcursor] / [Aanwijzer] | [Onderw.selectorcursor] | Stelt de methode in voor het specificeren van het autofocusdoel als reactie op de bediening van de multi-selector. [Onderw.selectorcursor]: Selecteert een onderwerpherkenningskader met behulp van de multi-selector. [Aanwijzer]: Selecteert een onderwerp op het scherm door de AF-trackingaanwijzer te verplaatsen met behulp van de multi-selector. |
| [Aanwijzerkleur] | [Oranje] / [Wit] / [Geel] / [Cyaan] / [Groen] / [Magenta] / [Rood] / [Blauw] | [Oranje] | Stelt de kleur in van de aanwijzer die wordt gebruikt voor het specificeren van het scherpstellingsdoel. |
| [Aanwijzerrand] | [Aan] / [Uit] | [Aan] | Schakelt de rand van de aanwijzer in/uit die wordt gebruikt voor het specificeren van het scherpstellingsdoel. |
| [AF hulp] | [Aan] / [Uit] | [Aan] | Wanneer ingesteld op [Aan], kan de autofocus tijdelijk worden overschreven en kan de focus handmatig worden ingesteld. |
| [Lensactie als AF niet kan] | [Scherpst.zoekt. voortz.] / [Scherpstelzoekt. stopz.] | [Scherpstelzoekt. stopz.] | Stelt de objectiefbediening in wanneer automatische scherpstelling is gestart en het onderwerp aanzienlijk onscherp is of wanneer de automatische scherpstelling niet kan scherpstellen. |
[Opname] – [FPS]
Stelt in of de opnamebeeldsnelheid en projectbeeldsnelheid met verschillende beeldsnelheden werken.
Stel de opnamebeeldsnelheid en projectbeeldsnelheid in op verschillende beeldsnelheden om videomateriaal vertraagd/versneld op te nemen.
De afspeelsnelheid van vertraagd/versneld opgenomen materiaal wordt bepaald door de opnamebeeldsnelheid en projectbeeldsnelheid.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Selectie vast/variabel] | [Vast] / [Variabel] | [Vast] |
Selecteert of de beeldsnelheid wordt ingesteld voor opnemen aan een vaste of variabele snelheid. Opmerking
|
| [Selectie FPS] | 1fps t/m 60fps / 66fps / 72fps / 75fps / 88fps / 90fps / 96fps / 100fps / 110fps / 120fps / 150fps / 180fps / 200fps / 240fps | – |
Selecteert de opnamebeeldsnelheid. Opmerking
|
[Opname] – [LUT aan/uit]
Regelt LUT-instellingen.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
|
[ |
[LUT aan] / [LUT uit] | [LUT uit] |
Selecteert of een monitor-LUT moet worden toegepast op de HDMI-uitgangsvideo. Opmerking
|
| [ |
[LUT aan] / [LUT uit] | [LUT uit] |
Selecteert of een monitor-LUT moet worden toegepast op de proxy- en live weergave-uitvoervideo. Opmerking
|
| [ |
[LUT aan] / [LUT uit] | [LUT uit] |
Selecteert of een monitor-LUT moet worden toegepast op de LCD-monitor en zoekeruitvoervideo. Opmerking
|
[Opname] – [Ruisonderdrukking]
Regelt de ruisonderdrukkingsinstellingen.
De ruisonderdrukkingsfunctie van de apparaat is standaard ingeschakeld voor zowel aangepast opnemen als log-opnemen. Deze functie beperkt ruis aanzienlijk, maar kan leiden tot verlies van detail en textuur in het beeld, al naargelang de instellingen. Als u meer video-informatie wilt behouden, raden wij aan de ruisonderdrukking af te zwakken of de functie uit te schakelen.
Hint
- De instellingen [Instelling (eigen)] en [Niveau (eigen)] worden weerspiegeld in de instelling [Doelweergave].
Opmerking
-
De impact van ruisonderdrukking hangt af van de opnameomstandigheden en -modus.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Instelling (eigen)] | [Aan] / [Uit] | [Aan] |
Schakelt de functie ruisonderdrukking in of uit in de aangepaste opnamemodus. Opmerking
|
| [Niveau (eigen)] | [Laag] / [Midden] / [Hoog] | [Midden] |
Stelt het niveau voor ruisonderdrukking in de aangepaste opnamemodus in. Opmerking
|
| [Instell. (Cine EI/flex. ISO)] | [Aan] / [Uit] | [Aan] |
Schakelt de functie ruisonderdrukking in of uit in de log-opnamemodus. Opmerking
|
| [Niveau (Cine EI/flexib. ISO)] | [Laag] / [Midden] / [Hoog] | [Midden] |
Stelt het niveau voor ruisonderdrukking in de log-opnamemodus in. Opmerking
|
[Opname] – [Trilling beperken]
Regelt de instellingen voor flikkercorrectie.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [Modus] | [Auto] / [Aan] / [Uit] | [Uit] | Stelt de flikkercorrectiemodus in. |
| [Frequentie] | [50Hz] / [60Hz] |
[60Hz] / [50Hz] |
Stelt de frequentie van de stroombron van de verlichting in die het flikkeren veroorzaakt. |
[Opname] – [Beeldstabilisatie]
Stelt instellingen in met betrekking tot beeldstabilisatie.
| Menu-item | Instelling subonderdeel | Standaard fabriekswaarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| [SteadyShot] | [Dynamisch actief] / [Actief] / [Standaard] / [Uit] | [Standaard] |
Stelt de functie beeldstabilisatie in. Opmerking
|
| [Stabilisatieafstelling] | [Auto] / [Handmatig] | [Auto] |
Stelt de geschikte beeldstabilisatiefunctie in volgens het bevestigde objectief. |
| [Brandpuntsafstand] | 8 mm / 9 mm / 10 mm / 11 mm / 12 mm / 13 mm / 14 mm / 15 mm / 16 mm / 17 mm / 18 mm / 19 mm / 20 mm / 21 mm / 24 mm / 25 mm / 28 mm / 30 mm / 32 mm / 35 mm / 40 mm / 45 mm / 50 mm / 55 mm / 60 mm / 70 mm / 75 mm / 80 mm / 85 mm / 90 mm / 100 mm / 105 mm / 120 mm / 135 mm / 150 mm / 180 mm / 200 mm / 210 mm / 250 mm / 300 mm / 350 mm / 400 mm / 450 mm / 500 mm / 600 mm / 800 mm / 1000 mm | 8 mm |
Stelt informatie over de brandpuntafstand in voor de beeldstabilisatiefunctie in de camera wanneer [Stabilisatieafstelling] is ingesteld op [Handmatig]. Opmerking
|