Geluidsinstellingen (SOUND)

Dit instelmenu is niet beschikbaar wanneer de bron uitgeschakeld is en de klok weergegeven wordt.

CLEAR AUDIO+ (ClearAudio+)

Hiermee kunt u geluid reproduceren door het digitale signaal te optimaliseren met de door Sony aanbevolen geluidsinstellingen: [ON], [OFF].
(Wordt automatisch ingesteld op [OFF] wanneer [EQ10 PRESET] gewijzigd wordt en/of [EXTRA BASS] ingesteld is op [1] of [2] en/of [DSO] ingesteld is op [LOW], [MID] of [HIGH].)


EQ10 PRESET (EQ10-voorkeuzes)

Hiermee kunt u een equalizercurve selecteren uit 10 verschillende curves of de equalizer uitschakelen.

Regio/model Equalizercurvenaam
DSX-GS80(UC)/DSX-GS80(EUR) [OFF], [R&B], [ROCK], [POP], [HIP-HOP], [EDM], [JAZZ], [SOUL], [COUNTRY], [KARAOKE]*, [CUSTOM]
DSX-GS80(E) [OFF], [R&B], [ROCK], [POP], [HIP-HOP], [EDM], [JAZZ], [REGUETON], [SALSA], [KARAOKE]*, [CUSTOM]

Voor iedere bron kan de equalizercurve in het geheugen worden opgeslagen.

*Wanneer [KARAOKE] geactiveerd is, worden de zangpartijen tijdens het afspelen gedempt. Deze kunnen echter niet volledig weggelaten worden. Daarnaast wordt het gebruik van een microfoon niet ondersteund.


EQ10 CUSTOM (EQ10 aangepast)

Hiermee kunt u [CUSTOM] bij EQ10 instellen.
U kunt de equalizercurve instellen: [BAND01] – [BAND10] (32 Hz, 63 Hz, 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1 kHz, 2 kHz, 4 kHz, 8 kHz, 16 kHz).
Het volume kan van -6 dB tot +6 dB worden aangepast in stappen van 1 dB.


POSITION (luisterpositie)

Item Detail
F/R POSITION (positie vooraan/achteraan) Hiermee kunt u een natuurlijk geluidsveld simuleren door het geluid overeenkomstig uw positie met vertraging uit de luidsprekers uit te voeren:
[FRONT L] (voor links),
[FRONT R] (voor rechts),
[FRONT] (midden voor),
[ALL] (midden van de auto),
[CUSTOM] (positie ingesteld door de geavanceerde autoaudio-instellingen op "Sony | Music Center")
[OFF] (geen positie ingesteld)
ADJ POSITION (positie aanpassen) Hiermee kunt u de instelling van de luisterpositie erg nauwkeurig afregelen:
[+3] – [CENTER] – [-3].
(Alleen beschikbaar wanneer [F/R POSITION] niet ingesteld is op [OFF] of [CUSTOM].)
SUBW POS (subwooferpositie) [NEAR] (dichtbij),
[NORMAL] (normaal),
[FAR] (veraf)
(Alleen beschikbaar wanneer [F/R POSITION] op iets anders dan [OFF] is ingesteld.)


DSO (Dynamic Stage Organizer)

Hiermee kunt u een omringender geluid creëren, net alsof er luidsprekers in het dashboard ingebouwd zijn: [OFF], [LOW], [MID], [HIGH].
(Wordt automatisch ingesteld op [OFF] wanneer [CLEAR AUDIO+] ingesteld is op [ON].)


BALANCE (balans)

Hiermee kunt u de geluidsbalans aanpassen: [RIGHT-15] – [CENTER] – [LEFT-15].


FADER (fader)

Hiermee kunt u het relatieve niveau aanpassen: [FRONT-15] – [CENTER] – [REAR-15].


DSEE (Digital Sound Enhancement Engine)

Hiermee kunt u digitaal gecomprimeerd geluid verbeteren door hoge frequenties die verloren zijn gegaan in het compressieproces te herstellen: [ON], [OFF].
Deze instelling kan voor iedere bron behalve de radio in het geheugen worden opgeslagen.


AAV (Advanced Auto Volume)

Hiermee kunt u het volumeniveau van alle afspeelbronnen aanpassen naar het optimale niveau: [ON], [OFF].


REARBASS ENH (Rear Bass Enhancer)

Deze functie versterkt het basgeluid door de instelling van een laagdoorlaatfilter op de achterluidsprekers toe te passen. Door middel van deze functie kunnen de achterluidsprekers werken als subwoofer als er geen subwoofer is aangesloten.
(Alleen beschikbaar wanneer [SUBW DIRECT] ingesteld is op [OFF].)

Item Detail
RBE MODE (Rear Bass Enhancer-stand) Hiermee kunt u de stand voor versterking van de lage tonen achteraan selecteren: [1], [2], [3], [OFF].
LPF FREQ (frequentie laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de kantelfrequentie van de subwoofer selecteren: [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOPE (steilheid laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de steilheid van de laagdoorlaatfilter selecteren: [1], [2], [3].


SUBW DIRECT (rechtstreekse subwooferverbinding)

Hiermee kunt u de instellingen aanpassen voor de subwoofer die zonder eindversterker aangesloten is op de achterluidsprekerkabel.
(Alleen beschikbaar wanneer [RBE MODE] ingesteld is op [OFF].)
Sluit hiervoor een subwoofer van 2 Ω of 4 Ω tot 8 Ω aan op een van de achterluidsprekerkabels.
Als u een subwoofer van 2 Ω gebruikt, stel dan [SPEAKER LOAD] in op [2 OHM]. Sluit in dat geval geen luidspreker aan op de andere achterluidsprekerkabel.

Item Detail
SUBW MODE (subwooferstand) Hiermee kunt u de subwooferstand selecteren: [1], [2], [3], [OFF].
SUBW PHASE (subwooferfase) Hiermee kunt u de fase van de subwoofer selecteren: [NORMAL], [REVERSE].
SUBW POS (subwooferpositie) Hiermee kunt u de subwooferpositie selecteren: [NEAR], [NORMAL], [FAR].
(Alleen beschikbaar wanneer [F/R POSITION] ingesteld is op iets anders dan [OFF].)
LPF FREQ (frequentie laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de kantelfrequentie van de subwoofer selecteren: [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOPE (steilheid laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de steilheid van de laagdoorlaatfilter selecteren: [1], [2], [3].


SUBWOOFER (subwoofer)

Item Detail
SUBW LEVEL
(subwooferniveau)
Hiermee kunt u het subwoofervolume regelen:
[+10 dB] – [0 dB] – [-10 dB].
([MUTE] wordt weergegeven bij de laagste instelling.)
SUBW PHASE
(subwooferfase)
Hiermee kunt u de fase van de subwoofer selecteren: [NORMAL], [REVERSE].
SUBW POS (subwooferpositie) Hiermee kunt u de subwooferpositie selecteren: [NEAR], [NORMAL], [FAR].
(Alleen beschikbaar wanneer [F/R POSITION] niet ingesteld is op [OFF].)
LPF FREQ
(frequentie laagdoorlaatfilter)
Hiermee kunt u de kantelfrequentie van de subwoofer selecteren: [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
LPF SLOPE (steilheid laagdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de steilheid van de laagdoorlaatfilter selecteren: [1], [2], [3].


HPF (hoogdoorlaatfilter)

Item Detail
HPF FREQ (frequentie hoogdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de kantelfrequentie van de voor-/achterluidspreker selecteren: [OFF], [50Hz], [60Hz], [80Hz], [100Hz], [120Hz].
HPF SLOPE (steilheid hoogdoorlaatfilter) Hiermee kunt u de steilheid van de hoogdoorlaatfilter selecteren (werkt alleen wanneer [HPF FREQ] op iets anders dan [OFF] ingesteld is): [1], [2], [3].


AUX VOLUME (AUX volume)

Hiermee kunt u het volume van elk aangesloten randapparaat aanpassen: [+18 dB] – [0 dB] – [-8 dB]. Dankzij deze instelling is het niet nodig om het volumeniveau tussen bronnen aan te passen. (Alleen beschikbaar wanneer AUX geselecteerd is.)


BT AUDIO VOL (BLUETOOTH-audiovolume)

Hiermee kunt u het volume van elk aangesloten BLUETOOTH-apparaat aanpassen: [+6 dB] – [0 dB] – [-6 dB]. Dankzij deze instelling is het niet nodig om het volumeniveau tussen bronnen aan te passen.
(Alleen beschikbaar wanneer BT-audio, een applicatie of Pandora® (DSX-GS80(UC)) geselecteerd is.)


MAX VOLUME (maximumvolume)

Hiermee kunt u het maximale volumeniveau van het toestel instellen: [30] – [50].