Oproepen (Camera- instellingen1/Camera- instellingen2)

Hiermee kunt u een beeld opnemen nadat veelgebruikte functies of camera-instellingen zijn opgeroepen die van tevoren werden geregistreerd met [ / Geheugen].

  1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 1, 2 of 3 (Geheug.nr. oproep.).
  2. Druk op het midden van het besturingswiel om te bevestigen.
    • U kunt ook geregistreerde functies of instellingen oproepen door MENU → (Camera- instellingen1) → [ / Oproepen] te selecteren.

Hint

  • Om instellingen op te roepen die zijn opgeslagen op de geheugenkaart, zet u de functiekeuzeknop op 1, 2, 3 (Geheug.nr. oproep.), en selecteert u daarna het gewenste nummer door op de linker-/rechterkant van het besturingswiel te drukken.
  • Als u instellingen oproept die zijn geregistreerd op de geheugenkaart, worden de instellingen opgeroepen vanaf de geheugenkaart die is geplaatst in de gleuf opgegeven in [Media selecteren]. U kunt de geheugenkaartgleuf controleren door MENU → (Camera- instellingen1) → [Media selecteren] te selecteren.
  • Instellingen die zijn geregistreerd op een geheugenkaart met een andere camera met hetzelfde modelnummer, kunnen worden opgeroepen met deze camera.

Opmerking

  • Als u [ / Oproepen] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.